54. Vaderloze moedergezinnen in jeugdzorg en hulpverlening – Leeuwarden

Drang en dwang als hulpverleningsmiddel

Onderbeschreven “casus” werd gebaseerd op de praktijk. Daarbij zijn gefingeerde namen gebruikt.

Bron: Sociale teams Leeuwarden in beeld, Leeuwarden, Hulp en Welzijn, Februari 2006

José (36) is bekend bij praktisch elke hulpverlenende instantie in Leeuwarden. Ook haar zes kinderen staan in menig dossier. Onder dwang aanvaardt José hulp van het sociaal team.

Op een oude bank in de voortuin hangt een jongen van een jaar of zeven. ‘Hé Jordi, is je moeder thuis?’ informeert de hulpverleenster. Het joch haalt zijn schouders op. De voordeur staat op een kier. Binnen zit José een sigaret te roken en naar een soap te kijken. Ze draagt een roze coltrui, een spijkerbroek en hoge laarzen. Haar lange, roodgeverfde haar heeft ze opgestoken. Ze heeft een vriendelijk gezicht, maar wantrouwende ogen. Met nauwelijks verhulde tegenzin begroet ze het bezoek.

Haar hele leven komt José al in aanraking met hulpverleners. Net als haar zussen stond ze onder toezicht van de jeugdzorg. Toen ze zestien was, raakte ze zwanger. Ze ging al nauwelijks naar school, maar nu helemaal niet meer. Baantjes had ze nooit lang. Haar verslaving aan alcohol speelde daarin mee. Ze werkte als prostituee, maar het is onduidelijk of ze dat nog steeds doet. Geld krijgt ze nu via een uitkering. Ze heeft schulden bij postorderbedrijven en bij de woningstichting. Het is niet gemakkelijk om de eindjes aan elkaar te knopen met zes kinderen. De vaders zijn niet meer in beeld, op één na. Die hokt tegenwoordig met haar zus.

De politie heeft een lijvig dossier over het gezin. Buren klagen over vechtpartijen, geschreeuw, harde muziek, rotzooi. De oudste zoon is opgepakt voor inbraken en berovingen. Hij heeft zijn moeder wel eens bij de keel gegrepen, maar daar heeft ze geen aangifte van gedaan. Huiselijk geweld is niet nieuw in het gezin. José heeft een aantal vrienden met losse handen gehad. Zelf kan ze ook behoorlijk uithalen, zeker als ze dronken is. Ze kan er tegen als zij een knal krijgt, maar van haar kinderen moet je afblijven. Voor haar kinderen doet ze alles. Het zijn schatten, ook al zijn ze niet gemakkelijk. Vijf van de zes zitten op het speciaal onderwijs en staan onder toezicht van de jeugdzorg.

Dwang

De hulpverleenster steekt zelf ook een sigaret op en vraagt waarom Jordi vandaag niet op school is. José houdt haar ogen op de televisie gericht en zegt dat haar zoontje niet lekker is. Ze toont pas interesse als de hulpverleenster vertelt dat haar 15-jarige zoon Sherman misschien stage kan lopen bij een garagebedrijf. ‘Sherman is gek op auto’s’, zegt José. ‘Hij is er heel handig mee’. Met gevoel voor humor: ‘Hij krijgt ze tenminste altijd heel snel open!’

De verslavingszorg, de jeugdzorg, het maatschappelijk werk, de politie en de woningstichting zijn allemaal betrokken bij het gezin. Geen van alle instanties lukt het om effectieve hulp te beiden. Het sociaal team wordt gevraagd de impasse te doorbreken. Het team besluit drang en dwang toe te passen om een oplossing te forceren. Zonder dwang zou het gezin niet meewerken. Het plan van aanpak is eenvoudig; de woning uit of hulp accepteren. José houdt zielsveel van haar kinderen, daar zijn alle hulpverleners van overtuigd. Ze heeft alleen zelf nooit het goede voorbeeld gekregen. Geweld, criminaliteit, werkloosheid en armoede waren normaal in de omgeving waarin zij opgroeide. Het streven van het sociaal team is zorgen dat haar kinderen het niet normaal vinden om te spijbelen, een uitkering te trekken en bij te klussen in het criminele circuit. Zorgen dat ze in elk geval tot hun achttiende op school blijven. Ook probeert het team de overlast voor de buurt te beperken.

Nadruk op het goede

In de ogen van de buitenwereld vormen José en haar kinderen een asociaal gezin. De hulpverleenster kijkt er genuanceerder tegenaan. ‘Families zoals die van José hebben wel degelijk normen en waarden, alleen zijn dat niet die van onze maatschappij. Als ze problemen met elkaar hebben, lossen ze dat op hun eigen manier op. De buitenwereld vindt het niet normaal hoe zij leven, maar ja… wat is normaal?’ Het sociaal team wil het gezin bijeen houden. ‘Die vrouw gaat voor haar kinderen: het is een echte moederkloek. Ze hebben een stevige band, ook al ruziën ze wat af. Eigenlijk kunnen ze niet met en niet zonder elkaar.’

Tijdens het gesprek legt de hulpverleenster de nadruk op wat er wél goed gaat in het gezin. Zo is Jordi vandaag wel thuis, maar de andere kinderen zitten gewoon op school. Nu ze vaker naar school gaan, halen ze betere cijfers. José vindt het prettig om te horen dat er afspraken zijn gemaakt met de sociale dienst over de aflossing van schulden. Als de hulpverleenster na drie kwartier vertrekt, zegt José dat het gesprek haar is meegevallen. ‘Ik krijg al mijn hele leven van hulpverleners te horen dat ik niet deug en dat ik een slechte moeder ben. Nou, ga er maar aan staan om zes kinderen in je eentje op te voeden. Ik ben blij ook eens te horen dat ik niet àlles fout doe!’

De rol van het sociaal team

José is bekend bij het sociaal team. Ze wordt ingebracht omdat er veel zorgen zijn over haar en haar kinderen. Ook moet de overlast die zij veroorzaken in de wijk stoppen. Omdat José weigert vrijwillig hulpverlening te accepteren, besluit het team dat ze over de streep moet worden getrokken. Nu blijkt de kracht van het sociaal team: de woningcorporatie kan voor een dwangmiddel zorgen, namelijk een huisuitzetting. José krijgt te horen dat ze hulp moet accepteren, anders staat ze op straat. Zo zorgt een niet-hulpverlenende instantie dat de hulpverlening toegang krijgt tot het gezin.

Er is nu wel sprake van een paradox: José wordt gedwongen om iets te doen dat goed voor haar en haar gezin is. Aan de hulpverleners de moeilijke taak om haar toch te motiveren voor de hulp. Dat doen ze door haar positief te benaderen en de nadruk te leggen op wat er goed gaat. Is er eenmaal een goede werkrelatie, dan wordt het gemakkelijker om te bespreken wat er nog te verbeteren valt in het gezin.

Sociale Teams Leeuwarden in beeld

Bron: Gemeente Leeuwarden; Hulp en Welzijn; Donderdag, 2 Maart 2006

Burgemeester Geert Dales en wethouder Hetty Hafkamp ontvingen uit handen van een cliënt van de Sociale Teams dinsdag 28 februari 2006 het boekje ‘In Beeld’. In het boekje wordt beschreven in welke situaties sociale teams ingrijpen en hoe ze dat doen. De cliënt vertelde op een levendige manier over zijn levenssituatie en wat zijn sociale team voor hem heeft betekend. Hij sloot af met het advies om de regels vooral rekkelijk toe te passen met het motto van Wim Sonneveld: voor het algemeen nut.

Leeuwarden heeft drie Sociale Teams. Een Sociaal Team bestaat uit medewerkers van verschillende hulpverleningsinstellingen en dienstverlenende organisaties. Zij richten zich op het bedenken en organiseren van adequate hulp aan mensen met meervoudige problemen. Cliënten krijgen met een Sociaal Team een centraal aanspreekpunt, in plaats van dat ze te maken hebben met meerdere instanties. De Sociale Teams zorgen ervoor dat er een hulpaanbod komt dat goed aansluit bij de behoeften van de cliënt en de problematiek. De teams zijn anderhalf jaar (eind 2004) geleden gestart. Ze werken in achterstandswijken in Leeuwarden. De Sociale Teams zullen de komende jaren vaker worden ingezet. De gemeente Leeuwarden zal dit proces van harte ondersteunen.

Wie belangstelling heeft voor het boekje “In Beeld” kan deze opvragen bij Hulp en Welzijn Leeuwarden, tel. (058) 234 84 34.